content_top

Historie

BRB 30 augustus 1944In 1908, ruim 100(!) jaar geleden, stond er in de krant een advertentie waarin de Bosschenaren werden opgeroepen om op 14 juni naar "Plaats Royaal" te komen. Op deze datum zou daar de oprichtingsvergadering plaatsvinden van wat we nu kennen als De Bossche Reddings Brigade (BRB), en wat toen als de 's-Hertogenbossche Reddings Brigade werd opgericht. Naar aanleiding van de verdrinking van een Bosschenaar in de "Brede Haven" in 's-Hertogen-bosch ging met 5 bestuursleden en 12 leden de Bossche Reddings Brigade van start. De eerste reddingsbrigade van Nederland was een feit! In de meer dan 100 jaar is de Bossche Reddings Brigade uitgegroeid tot een organisatie met meer dan 350 leden, twee vaste bewakingsgebieden, grote afdelingen zwemmend en varend redden, professioneel materiaal  en een groot kader. De Bossche Reddings Brigade stond als eerste reddingsbrigade van Nederland aan de wieg van Reddings Brigades Nederland (voorheen KNBRD) Met vier andere reddingsbrigades is in 1917 de Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen opgericht (NBRD).

 

De geschiedenis van Reddingsbrigades (in) Nederland


De oprichting van een landelijke bond

Op 16 september 1917 werd door de reddingsbrigades van Den Bosch, Amsterdam, Haarlem en Den Haag de Nederlandsche Bond tot het Redden van Drenkelingen opgericht! (NBRD). In 1923 ging de Bond haar eigen exameneisen vaststellen. De opleidingen zagen er in het gehele land nu hetzelfde uit. Na de oprichting van de NBRD werden er steeds meer reddingsbrigades opgericht die zich aansloten bij de Bond. Daarbij moet duidelijk vastgesteld worden dat reddingsbrigades zowel aan de kust als elders in het land ontstonden. Overeenkomst was dat ze allen tot doel hadden de verdrinkingsdood te verkomen. Uit die tijd stammen de nu nog gebruikte uitspraken:

'Iedere zwemmer redder' en

'Zolang niet iedereen kan zwemmen, moet iedere zwemmer kunnen redden'

In 1931 verscheen het eerste Bondshandboek voor het redden van drenkelingen. Deze leidraad bestaat nog steeds: de Handleiding Zwemmend Redden.

Een koninklijk tintje

In 1950 gaf Z.K.H. Prins Benard te kennen dat hij Beschermheer van de Bond wilde zijn. Tijdens de Ledenvergadering van de Bond op 4 oktober 1952 kreeg de Bond bericht dat zij zich voortaan de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen mocht noemen.

Wie zal dat betalen

Vanaf de oprichting van de Bond werden de activiteiten voornamelijk bekostigd door de contributies van de leden en de afdrachten van de aangesloten reddingsbrigades. Pas later probeerde men ook geld van de overheid te verkrijgen. De leden van de KNBRD waren allen vrijwilligers; mensen die het werk naast hun vaste baan deden (zowel de werkelijke inzet als het administratieve gedeelte). Dit zorgde nogal eens voor problemen want wanneer men moest vergaderen ging dit ten koste van een vrije dag. Vooral voor bestuursleden van de KNBRD die vaak bij elkaar kwamen liep dit nogal uit de hand. Er gingen dan ook stemmen op om mensen in dienst te nemen van de KNBRD zodat het (kantoor) werk van de Bond veilig gesteld werd en niet meer onderhevig was aan al dan niet tijd hebben. Hier was echter geen geld voor.

De bond als werkgever

In 1955 kreeg men van de regering subsidie waarmee één vaste kracht in dienst kon worden genomen. Het werk voor de Bond gebeurde in die tijd bij deze secretaresse en de voorzitter thuis (!).

In 1956 verhuisde de secretaresse van de KNBRD naar de Koninginneweg in Haarlem. De benedenverdieping van haar huis werd ingericht als Bondsbureau van de KNBRD. Aangezien de Bond snel in omvang toenam werd er in 1961 een tweede vaste kracht in dienst genomen. Nu er zoveel werk werd gedaan op hef 'bondsbureau' werd de ruimte al snel te klein, In 1976 kon men een kantoorpand in de Frans Halsstraat te Haarlem kopen. Met behulp van vele bondsleden werd het nieuwe Bondsbureau van de KNBRD ingeruimd.

De watersnoodramp van februari 1953 in Zeeland

Tijdens de Watersnoodramp van 1953 werden er reddingsbrigades met boten ingezet om mensen te evacueren. Om ervoor te zorgen dat in het geval van een nieuwe ramp in ons waterrijke land er snel hulp met boten ter plekke zou zijn werd na lang vergaderen vanuit het Nationaal Rampenfonds f 300.000,- aan de KNBRD beschikbaar gesteld voor de aanschaf van 65 (redding)boten. Dit waren geen gewone boten; ze moesten voldoen aan strenge eisen omdat ze een specifieke taak hadden. Voorbeelden: de boten moesten gemaakt zijn van stevig materiaal zodat ze niet snel lek raakten, ze moesten stabiel zijn zodat je er makkelijk in kon stappen en de boten mochten niet te diep in het water liggen omdat je ermee over ondergelopen land moest kunnen varen.

Het was niet makkelijk om een boot te vinden die aan alle eisen voldeed, toch werd eind jaren '50 de bondsreddingvlet een feit. In 1962 kreeg de KNBRD toestemming om een speciaal gebouw neer te zetten voor de opslag van de bondsreddingvletten. Dit depot stond in IJmuiden, vanuit daar was het mogelijk om de boten snel in te zetten bij een ramp. Reddingsbrigades in het land die ook een reddingsvlet wilden hebben moesten ervoor zorgen dat deze netjes opgeslagen kon worden en er mensen waren die hadden geleerd om met de boot te varen. Ook stond de reddingsbrigade op een alarmlijst zodat bij een noodgeval de reddingsbrigade snel ingezet kon worden. In onze tijd bestaan deze reddingvletten nog steeds. Er hebben enkele aanpassingen plaatsgevonden, zo is de vlet nu van polyester, is de vlet vrijwel onderhoudsvrij en zijn ze allemaal uitgerust met een buitenboordmotor en mobilofoon. Omdat Den Bosch een relatief grote reddingsbrigade is beschikt de BRB over twee reddingsvletten. Een daarvan staat in IJmuiden en wordt alleen gebruikt bij rampen.

Overeenkomst 'vlettenvloot'

Na de inzet bij de grootschalige wateroverlast in 1993 en 1995, is duidelijk gebleken dat de rampenvloot, daterend uit de zestiger jaren, sterk verouderd was. Na jarenlange besprekingen met het Ministerie van Binnenlandse zaken en het Nationaal Rampenfonds werd in 1995 een overeenkomst gesloten om de vanaf 1953 aangeschafte rampenvloot te vervangen. Met diverse investeringsimpulsen zullen in totaal 90 eenheden (vletten op trailers met motoren en complete uitrusting) aangeschaft worden. De uitrusting bestaat o.a. uit mobilofoons, waterdichte werkpakken, reddingsvesten, EHBO-koffers en brancards.

Om de toekomstige bemanning van de rampenvletten te leren hoe te varen en te handelen in een rampgebied, werd de opleiding Bondsschipper ontwikkeld. In 1996 zijn de eerste Bondsschippers geslaagd. Voor de verdere training van de bemanning zullen in het gehele land oefeningen worden georganiseerd in samenwerking met de brandweer en andere hulpverleningsinstanties, zodat bij een werkelijke inzet doelmatig en snel hulp geboden kan worden.

Brandingsboot

Op het binnenwater werd veel gebruik gemaakt van de bondsreddingvletten; aan de kust bleek echter in de jaren '70 behoefte te zijn aan een snellere, wendbaardere boot die aan de kust dienst kon doen als redding- en surveillance boot. In samenwerking met scheepsbouwer Mulder & Rijke uit IJmuiden werd een snelle boot ontworpen en gebouwd; de brandingsboot (bondsreddingboot). Geheel in polyester uitgevoerd voldeed deze boot volledig aan de gestelde eisen. In 1992 werd de opvolger, de Rescue II (2000) gebouwd.

Brevetten, diploma's en activiteiten van de KNBRD (Reddingsbrigades Nederland)

In de loop der jaren werden er door de KNBRD diverse brevetten en diploma's ingesteld, zo kun je elke keer weer meer leren op het gebied van zwemmend en varend redden. Ook worden er diverse boekjes en folders uitgegeven o.a. over zwemmend / varend redden en de gevaren van de zee. Bij de KNBRD kun je ook allerlei reddingsmiddelen kopen zoals reddingsklossen, werpzakken, reddingstuigjes, autogordelmessen etc.

Nationaal Trainingscentrum

In januari 1996 werd het administratieve en technische gedeelte van de bond gecombineerd in het Nationaal Trainingscentrum. De KNBRD presenteert zich vanaf nu als Reddingsbrigades Nederland. Een naam die zowel voor leden als derden duidelijk weergeeft waar de organisatie voor staat. Anno 2000 zijn er bijna 180 reddingsbrigades aangesloten bij Reddingsbrigades Nederland. Er zijn 8 beroepskrachten in dienst waarvan 6 administratief en 2 op technisch gebied.

Het Nationaal Trainingscentrum is een multifunctioneel centrum waar ook gebruik gemaakt kan worden van instructieruimtes voor het geven van theorielessen, het organiseren van examens voor diverse opleidingen en technische instructie.

content_bottom