Historie
In 1908, ruim
100(!) jaar geleden, stond er in de krant een advertentie waarin de
Bosschenaren werden opgeroepen om op 14 juni naar "Plaats Royaal"
te komen. Op deze datum zou daar de oprichtingsvergadering
plaatsvinden van wat we nu kennen als De Bossche Reddings Brigade
(BRB), en wat toen als de 's-Hertogenbossche Reddings Brigade werd
opgericht. Naar aanleiding van de verdrinking van een
Bosschenaar in de "Brede Haven" in 's-Hertogen-bosch ging met 5
bestuursleden en 12 leden de Bossche Reddings Brigade van start. De
eerste reddingsbrigade van Nederland was een feit! In de meer
dan 100 jaar is de Bossche Reddings Brigade uitgegroeid tot een
organisatie met meer dan 350 leden, twee vaste bewakingsgebieden,
grote afdelingen zwemmend en varend redden, professioneel
materiaal en een groot kader. De Bossche Reddings
Brigade stond als eerste reddingsbrigade van Nederland aan de wieg
van Reddings Brigades Nederland (voorheen KNBRD) Met vier andere
reddingsbrigades is in 1917 de Nederlandse Bond tot het Redden van
Drenkelingen opgericht (NBRD).
De geschiedenis van
Reddingsbrigades (in) Nederland
De oprichting van een
landelijke bond
Op 16 september 1917 werd door de
reddingsbrigades van Den Bosch, Amsterdam, Haarlem
en Den Haag de Nederlandsche Bond tot het Redden van Drenkelingen
opgericht! (NBRD). In 1923 ging de Bond haar eigen exameneisen
vaststellen. De opleidingen zagen er in het gehele land nu
hetzelfde uit. Na de oprichting van de NBRD werden er steeds meer
reddingsbrigades opgericht die zich aansloten bij de Bond. Daarbij
moet duidelijk vastgesteld worden dat reddingsbrigades zowel aan de
kust als elders in het land ontstonden. Overeenkomst was dat ze
allen tot doel hadden de verdrinkingsdood te verkomen. Uit die tijd
stammen de nu nog gebruikte uitspraken:
'Iedere zwemmer
redder' en
'Zolang niet iedereen kan
zwemmen, moet iedere zwemmer kunnen redden'
In 1931 verscheen het eerste
Bondshandboek voor het redden van drenkelingen. Deze leidraad
bestaat nog steeds: de Handleiding Zwemmend Redden.
Een koninklijk
tintje
In 1950 gaf Z.K.H. Prins Benard te
kennen dat hij Beschermheer van de Bond wilde zijn. Tijdens de
Ledenvergadering van de Bond op 4 oktober 1952 kreeg de Bond
bericht dat zij zich voortaan de Koninklijke Nederlandse Bond tot
het Redden van Drenkelingen mocht noemen.
Wie zal dat
betalen
Vanaf de oprichting van de Bond werden
de activiteiten voornamelijk bekostigd door de contributies van de
leden en de afdrachten van de aangesloten reddingsbrigades. Pas
later probeerde men ook geld van de overheid te verkrijgen. De
leden van de KNBRD waren allen vrijwilligers; mensen die het werk
naast hun vaste baan deden (zowel de werkelijke inzet als het
administratieve gedeelte). Dit zorgde nogal eens voor problemen
want wanneer men moest vergaderen ging dit ten koste van een vrije
dag. Vooral voor bestuursleden van de KNBRD die vaak bij elkaar
kwamen liep dit nogal uit de hand. Er gingen dan ook stemmen op om
mensen in dienst te nemen van de KNBRD zodat het (kantoor) werk van
de Bond veilig gesteld werd en niet meer onderhevig was aan al dan
niet tijd hebben. Hier was echter geen geld voor.
De bond als
werkgever
In 1955 kreeg men van de regering
subsidie waarmee één vaste kracht in dienst kon worden genomen. Het
werk voor de Bond gebeurde in die tijd bij deze secretaresse en de
voorzitter thuis (!).
In 1956 verhuisde de secretaresse van
de KNBRD naar de Koninginneweg in Haarlem. De benedenverdieping van
haar huis werd ingericht als Bondsbureau van de KNBRD. Aangezien de
Bond snel in omvang toenam werd er in 1961 een tweede vaste kracht
in dienst genomen. Nu er zoveel werk werd gedaan op hef
'bondsbureau' werd de ruimte al snel te klein, In 1976 kon men een
kantoorpand in de Frans Halsstraat te Haarlem kopen. Met behulp van
vele bondsleden werd het nieuwe Bondsbureau van de KNBRD
ingeruimd.
De watersnoodramp van februari
1953 in Zeeland
Tijdens de Watersnoodramp van 1953
werden er reddingsbrigades met boten ingezet om mensen te
evacueren. Om ervoor te zorgen dat in het geval van een nieuwe ramp
in ons waterrijke land er snel hulp met boten ter plekke zou zijn
werd na lang vergaderen vanuit het Nationaal Rampenfonds f
300.000,- aan de KNBRD beschikbaar gesteld voor de aanschaf van 65
(redding)boten. Dit waren geen gewone boten; ze moesten voldoen aan
strenge eisen omdat ze een specifieke taak hadden. Voorbeelden: de
boten moesten gemaakt zijn van stevig materiaal zodat ze niet snel
lek raakten, ze moesten stabiel zijn zodat je er makkelijk in kon
stappen en de boten mochten niet te diep in het water liggen omdat
je ermee over ondergelopen land moest kunnen varen.
Het was niet makkelijk om een boot te
vinden die aan alle eisen voldeed, toch werd eind jaren '50 de
bondsreddingvlet een feit. In 1962 kreeg de KNBRD toestemming om
een speciaal gebouw neer te zetten voor de opslag van de
bondsreddingvletten. Dit depot stond in IJmuiden, vanuit daar was
het mogelijk om de boten snel in te zetten bij een ramp.
Reddingsbrigades in het land die ook een reddingsvlet wilden hebben
moesten ervoor zorgen dat deze netjes opgeslagen kon worden en er
mensen waren die hadden geleerd om met de boot te varen. Ook stond
de reddingsbrigade op een alarmlijst zodat bij een noodgeval de
reddingsbrigade snel ingezet kon worden. In onze tijd bestaan deze
reddingvletten nog steeds. Er hebben enkele aanpassingen
plaatsgevonden, zo is de vlet nu van polyester, is de vlet vrijwel
onderhoudsvrij en zijn ze allemaal uitgerust met een
buitenboordmotor en mobilofoon. Omdat Den Bosch een relatief grote
reddingsbrigade is beschikt de BRB over twee reddingsvletten. Een
daarvan staat in IJmuiden en wordt alleen gebruikt bij rampen.
Overeenkomst
'vlettenvloot'
Na de inzet bij de grootschalige
wateroverlast in 1993 en 1995, is duidelijk gebleken dat de
rampenvloot, daterend uit de zestiger jaren, sterk verouderd was.
Na jarenlange besprekingen met het Ministerie van Binnenlandse
zaken en het Nationaal Rampenfonds werd in 1995 een overeenkomst
gesloten om de vanaf 1953 aangeschafte rampenvloot te vervangen.
Met diverse investeringsimpulsen zullen in totaal 90 eenheden
(vletten op trailers met motoren en complete uitrusting)
aangeschaft worden. De uitrusting bestaat o.a. uit mobilofoons,
waterdichte werkpakken, reddingsvesten, EHBO-koffers en
brancards.
Om de toekomstige bemanning van de
rampenvletten te leren hoe te varen en te handelen in een
rampgebied, werd de opleiding Bondsschipper ontwikkeld. In 1996
zijn de eerste Bondsschippers geslaagd. Voor de verdere training
van de bemanning zullen in het gehele land oefeningen worden
georganiseerd in samenwerking met de brandweer en andere
hulpverleningsinstanties, zodat bij een werkelijke inzet doelmatig
en snel hulp geboden kan worden.
Brandingsboot
Op het binnenwater werd veel gebruik
gemaakt van de bondsreddingvletten; aan de kust bleek echter in de
jaren '70 behoefte te zijn aan een snellere, wendbaardere boot die
aan de kust dienst kon doen als redding- en surveillance boot. In
samenwerking met scheepsbouwer Mulder & Rijke uit IJmuiden werd
een snelle boot ontworpen en gebouwd; de brandingsboot
(bondsreddingboot). Geheel in polyester uitgevoerd voldeed deze
boot volledig aan de gestelde eisen. In 1992 werd de opvolger, de
Rescue II (2000) gebouwd.
Brevetten, diploma's en
activiteiten van de KNBRD (Reddingsbrigades Nederland)
In de loop der jaren werden er door de
KNBRD diverse brevetten en diploma's ingesteld, zo kun je elke keer
weer meer leren op het gebied van zwemmend en varend redden. Ook
worden er diverse boekjes en folders uitgegeven o.a. over zwemmend
/ varend redden en de gevaren van de zee. Bij de KNBRD kun je ook
allerlei reddingsmiddelen kopen zoals reddingsklossen, werpzakken,
reddingstuigjes, autogordelmessen etc.
Nationaal
Trainingscentrum
In januari 1996 werd het
administratieve en technische gedeelte van de bond gecombineerd in
het Nationaal Trainingscentrum. De KNBRD presenteert zich vanaf nu
als Reddingsbrigades Nederland. Een naam die zowel voor leden als
derden duidelijk weergeeft waar de organisatie voor staat. Anno
2000 zijn er bijna 180 reddingsbrigades aangesloten bij
Reddingsbrigades Nederland. Er zijn 8 beroepskrachten in dienst
waarvan 6 administratief en 2 op technisch gebied.
Het Nationaal Trainingscentrum is een
multifunctioneel centrum waar ook gebruik gemaakt kan worden van
instructieruimtes voor het geven van theorielessen, het organiseren
van examens voor diverse opleidingen en technische instructie.